Kweken

Allereerst moet je natuurlijk een paartje hebben die het liefst voor elkaar heeft gekozen. In de natuur kiest de grasparkiet zelf een partner en is monogaam. Omdat de parkiet niet zelf zijn partner uit kan zoeken, is het nooit zeker of het paartje ook wil broeden. Parkieten kunnen in principe het hele jaar door broeden, alleen tijdens de rui zullen ze dit niet doen.

Parkieten broeden in in donker holletje. In het donker worden de hormonen van het vrouwtje actief. Zonder broedhol zal de grasparkiet hoogstwaarschijnlijk ook geen eieren leggen. Na het paren trekt het vrouwtje zich terug in het broedhok en na ongeveer 8 dagen legt het vrouwtje naar eerste eitje. Om de dag of dagelijks legt ze er een eitje bij, totdat ze zo een 3 tot 5 eieren heeft gelegd. Het vrouwtje draait de eieren regelmatig en rolt ze naar het midden van de nestkom. De broedtijd is 18 dagen. De kleine parkietjes hebben een ei-tand waarmee ze de schaal van het ei kapot kunnen slaan.

parkieten kwekenDe babyparkietjes komen blind en naakt ter wereld. Ze wegen 2 gram en na 36 uur is hun gewicht alweer verdubbelt! De kleine babyparkietjes krijgen van moeders voorverteerd zaadvoer. Na 6 dagen doet het parkietje de oogjes voor het eerst open en vanaf een week beginnen de veertjes te groeien. Op de 16 of 17e dag is het gewicht al gelijk aan dat van de ouders. Vier of vijf weken later kunnen de jongen vliegen. Als de jongen het nest verlaten zorgt de vader nog twee weken voor ze.

Het is belangrijk voor de embryo’s dat er een gelijkmatige temperatuur is van ongeveer 22 graden. De luchtvochtigheid dient rond de 60% te zijn. In de dierenwinkel is speciaal fokvoer te koop, dit voer is aan te vullen met gekookte eierdooiers en kleine stukjes wortel. Daarnaast kan je het beste een goed vitaminepoeder gebruiken (dit kan je bij de vogelarts kopen). Ook kiemvoer is een goede bron aan vitaminen. Als de parkietjes uit het ei zijn gekomen moet het nest dagelijks gecontroleerd worden. Het is natuurlijk mogelijk dat één van de jongen is overleden. Aan de krop van de parkietjes kun je zien of het goed gevoed wordt. Het beste is om een klein nachtlampje te hebben bij het broedhok, want aan het begin zal de voeding ook ’s nachts doorgaan.

Een vrouwtje kan je beter niet vaker dan 2 keer per jaar laten broeden. Bij meer nestjes ontstaat het gevaar dat ze uitput en sterft. Het grootbrengen van de jongen komt vooral op de moederparkiet neer. Het vrouwtje verlaat de nestkast maar 3 of 4 keer per dag om haar ontlasting kwijt te raken. Het mannetje voert haar, ze hoeft hiervoor alleen haar koppie uit het invlieggat van de nestkast te steken.

Een geschikte nestkast heeft een kommetje om de eitjes in te leggen. Grasparkieten maken geen nest, maar leggen hun eieren op de bodem. Het invlieggat dient een doorsnee te hebben van 4 cm. De bodem van de nestkast moet minstens 2,5 cm dik zijn, dit om warmteverlies tegen te gaan. De bovenkant van het neskastje moet bestaan uit een losse deksel, zodat je het nest kan controleren.

Er komt een hoop kijken bij het kweken van parkieten. Verdiep je er goed in en lees diverse literatuur over het kweken.